Kill the Spill

Op 20 september stond in het entrepotgebouw in Harlingen de aanpak van spills (vervuiling) in de waddenzeehavens centraal. Met zo’n dertig bezoekers die namens verschillende bedrijven aanwezig waren, werd gekeken naar het vraagstuk, de oorzaken en mogelijke oplossingen.

Dennis van der Veen, hoofd van het bureau water- en incidentmanagement bij Rijkswaterstaat trapte het werkatelier af met een korte schets van de situatie. Daarbij duidde hij de locaties, de mogelijke oorzaken en de impact van de vervuilingen. In 2020 kreeg Rijkswaterstaat ca 60 meldingen van ‘spills’ uit de Waddenzeehavens. Die spills zijn in de meeste gevallen (gas)olie (77%). Verder zijn het parafine (3%), hydrauliekolie (2%) en overig (18%). Het overgrote deel van de olie verontreinigingen is afkomstig van visserijschepen. Los van de exacte getallen is het probleem significant. Want 60 meldingen betekent waarschijnlijk een veelvoud aan incidenten.

In een inventarisatie die in samenwerking met Foru-solution is gemaakt, bleken een aantal oorzaken.

  • Verkeerde tank aangesloten
  • Alleen BOB op dieseltank (BOB = Brandstof Overvul Beveiliging)
  • Schip ligt scheef
  • Verbinding tanks gesloten
  • Ontluchting te ver weg
  • Bemanning afgeleid
  • Bilge te lang open

De verhouding tussen de oorzaken en hun impact werd in het gezelschap nog betwist. Zware olie valt meer op, maar ook dunne olie tast het verenpakket van vogels aan. Dat olievervuiling in welke vorm dan ook ongewenst is, staat buiten kijf. Technisch zijn er veel oplossingen mogelijk. Echter is een belangrijk deel vooral toe te wijzen aan menselijk handelen. Bewust of onbewust worden spills gecreëerd die het oppervlaktewater vervuilen. En die spills veroorzaken schade aan zowel het milieu, het imago van de sector, als economische schade. En dat terwijl het in veel gevallen niet had hoeven gebeuren.

Detecteren en opruimen
Bij het werkatelier was ruim aandacht voor technieken en innovaties om spills waar te nemen en op te ruimen. Zo is het mogelijk om vervuiling op het water met radar waar te nemen. En de techniek is ook beschikbaar om met (onbemande) drones te waken boven gebieden waar spills kunnen optreden. Voor in het water kunnen sensoren worden geplaatst die de lekkage kunnen waarnemen en op de wal kan cameratoezicht meekijken. Wanneer een vervuiling wordt waargenomen en gemeld, kan met skimmers, veegarmen, absorberende worsten en andere technieken worden gewerkt op de vervuiling op te ruimen. Dat kan actief, bij grote vervuilingen en bedreigingen en zelfs passief met skimmers of op slimme plekken geplaatste absorberende worsten die door de getijden steeds weer vervuild water krijgen aangevoerd en kunnen reinigen.

Gedrag
De mens is toch de belangrijkste factor in het voorkomen en eventueel melden en opruimen van spills. Een van de aanwezigen kon verschillende voorbeelden geven die op Texel zijn doorgevoerd om vervuiling tegen te gaan. Daar is bijvoorbeeld de bunkerinstallatie op de wal aangelegd waardoor de bunkerboot niet meer nodig is. Ook is daar een eenduidige manier van bunkeren en omgaan met oliehoudend water afgesproken. De kracht zit daar in de gezamenlijke aanpak van het vraagstuk.

Veiligheidsladder
Uit andere industrieën valt mogelijk te leren hoe je gedrag van mensen kunt veranderen. In de (infra)aannemerij is de veiligheidsladder een systeem om mensen in een aantal stappen van “wat niet weet, wat niet deert” naar vooruitstrevend te krijgen. Mogelijk zijn ook op andere vlakken zogeheten ‘best practices’ te vinden om een hele visserscommunity anders naar vervuiling te laten kijken.

Vervolgstappen
Een aantal van de aanwezigen staan al klaar om vervolgstappen te zetten. In de komende periode zal vanuit de organiserende partijen het initiatief worden genomen om oil spills in passende projecten of programma’s onder te brengen. Daarmee is deze thematiek een mooi voorbeeld van de mogelijkheden die het IKW biedt om over dergelijke projecten mee te denken.