Kustzone Fryslân en Groningen

De focus van het Waddenfonds ligt de komende tien jaar om investeringen op het gebied van energie, natuur en economie die écht een verschil in gang zetten. Centraal voor de Kustzone Fryslân en Groningen staan:

  1. Het beter benutten van de aanwezige fysieke toeristische infrastructuur;
  2. De duurzame transitie van de landbouw en aanpassing aan de verzilting in het bijzonder;
  3. Werken aan de kustveiligheid in combinatie met de andere kwetsbare functies van dit gebied;
  4. Ontwikkelen van de haven van Harlingen als toeristische hotspot;
  5. Optimaal gebruik maken van de Waddenzee als UNESCO-gebied.

Het open landschap van het Waddenkustgebied is in de loop van honderden jaren grotendeels gegroeid door verkweldering, ophogingen (terpen/wierden), bedijkingen en diverse schillen van landaanwinning. Het is één van de oudste door mensenhanden gevormde landschappen van Noordwest-Europa. Een landschap van ruimte en authenticiteit met een bijzonder palet van natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische elementen.

De kustzone van Fryslân en Groningen behoort tot de gemeenten Sudwest Fryslân, Harlingen, Franekerdeel, Het Bildt, Ferwerderadiel, Dongeradeel, de Marne, en Eemsmond. Door landaanwinning zijn de Waddendorpen geleidelijk aan steeds verder van zee af komen te liggen. Daarnaast vormen de huidige zeedijken een ‘harde’ scheidslijn. De mensen zijn als het ware met de rug naar de Waddenzee komen te wonen.

Meer landinwaarts ligt het aloude terpen- of wierdenlandschap van grote open ruimten met hierin reeksen van dorpen met karakteristieke dorpssilhouetten die van grote afstand herkenbaar zijn. Wegen over de hoger gelegen delen van het land verbinden de dorpen. De kerktorens en het groen rond de dorpen geven ieder dorp zijn eigen uitstraling. In het weidse landschap kronkelen voormalige kweldergeulen en deels gegraven waterlopen om de dorpen via het water te ontsluiten. Deze waterlopen vormen de basis voor de kenmerkende onregelmatige blokverkaveling en de boerderijen liggen als groene eilanden verspreid in de open ruimte.

Naar de kust toe wordt het landschap steeds grootschaliger en zijn in de loop der eeuwen opeenvolgende reeksen open polders ontstaan die vooral in het Groningse gescheiden worden door parallelle dijken. Aan de voet van deze dijken liggen boerderijreeksen en kolken (restant van oude dijkdoorbraken). De opstrekkende verkaveling loodrecht op de dijken geeft een duidelijk beeld van de ontginningsgeschiedenis.

Vanwege de vruchtbare gronden was Noord-Nederland een belangrijk landbouwgebied. Ten behoeve van het transport van agrarische producten naar de steden werd een stelsel van wegen en trekvaarten aangelegd. Dorpen die aan deze vaarwegen lagen kwamen tot bloei. De monumentale boerderijen weerspiegelen de rijkdom die de landbouw bracht.

De agrarische sector is blijvend een economische drager in het Waddenkustgebied. De landbouw kenmerkt zich met name door relatief grote gespecialiseerde akkerbouw- en melkveehouderijbedrijven. Dankzij de rijke zeekleigronden, goede waterhuishouding en een kennisintensieve productiewijze behoren veel agrarische bedrijven bij de top van Nederland en heeft de sector een sterke internationale concurrentiepositie vooral op het gebied van pootaardappelen en melkveehouderij. Lokaal is de visserij met name rond het garnalencluster van betekenis.

De havens en het industriecluster in de Eemsdelta en Harlingen vormen een belangrijke bron voor economische ontwikkeling en werk.

In zowel het Friese als Groningse Waddenkustgebied staat de leefbaarheid onder druk en is sprake van krimp. In het Groningse deel speelt dit des te meer door de gevolgen van de aardbevingen en bodemdaling als gevolg van de gaswinning.

De toeristische potentie van kustgebied is nog weinig ontwikkeld. Tal van partijen zijn betrokken maar een samenbindende aanpak ontbreekt.

Klimaatverandering kan de agrarische bedrijfsvoering onder druk zetten, terwijl verandering van het landgebruik invloed kan hebben op de kwaliteiten van het unieke landschap. Blijvende aandacht zal ook uitgaan naar vraagstukken over de kustveiligheid.